Veel gestelde vragen

Nanocentre ondersteunt ondernemers met praktische, relevante informatie en oplossingen op het gebied van veiligheid van nanomaterialen. Nanocentre is hiermee een centraal informatiepunt van alle kennis op dit gebied en richt zich op het Nederlandse en Vlaamse bedrijfsleven en in het bijzonder op het MKB.

In 2011 is een inventarisatie gehouden onder bedrijven met betrekking tot de veiligheidsvraagstukken die er leven. Deze zijn beantwoord en worden hier gepresenteerd. Nieuwe vragen die gesteld worden aan Nanocentre kunnen, indien ze algemeen van belang zijn, in de toekomst geanonimiseerd worden toegevoegd. 
Het RIVM draagt bij aan het beantwoorden van veel gestelde vragen over risico’s van nanomaterialen.

Werk ik met nanomaterialen?

Over het algemeen worden onder nanomaterialen alle materialen verstaan met één of meer dimensies in de 1 – 100 nm range. Er is echter veel discussie over de definitie van nanomaterialen. Omdat het wettelijk (nog) niet verplicht is om informatie over de specifieke deeltjesgrootte op het veiligheidsinformatieblad (VIB) te melden, zal niet altijd uit het VIB kunnen worden afgeleid of een product nanomaterialen bevat. Een manier om erachter te komen of een product nanomaterialen bevat is navraag doen bij de leverancier. Daarnaast kunnen bepaalde eigenschappen van een product en/of materiaal wijzen op de mogelijkheid dat er in een product nanomaterialen zijn verwerkt. Het is ook mogelijk om een product te laten testen op de aanwezigheid van nanodeeltjes.


vragen

Verdiepende vragen

Wat is nanotechnologie/nanomaterialen?
Nanotechnologie is het geheel van nieuwe, opkomende technologieën waarbij stoffen en processen op nanoschaal kunnen worden gemanipuleerd. Over het algemeen wordt met nanoschaal een afmeting kleiner dan 100 nanometer bedoeld. Eén nanometer is 1 miljardste (10-9) meter.

Onder nanomaterialen worden over het algemeen materialen verstaan met één of meerdere externe dimensies, of een interne structuur, op een schaal van 1 tot 100 nm. Om tot een eenduidige definitie van nanomaterialen voor Europese wetgeving te komen heeft de Europese Commissie op 18 oktober 2011 de “Aanbeveling inzake de definitie van een nanomateriaal” gepubliceerd.
 
Wat zijn wettelijke bepalingen rondom nanomaterialen? 
Er is momenteel nog geen specifieke nationale of Europese wet- en regelgeving voor de omgang met nanomaterialen en nanoproducten op de werkplek.
Moet een bedrijf een RI&E voor nanomaterialen opstellen als verkoop/distributie in Nederland plaatsvindt en de overige activiteiten elders in Europa?
Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de activiteiten die een bedrijf in Nederland met het nanomateriaal of -product uitvoert. In het algemeen geldt dat als er kans op blootstelling aan nanomaterialen is, het bedrijf hiervoor ook een RI&E verplichting heeft. Meerdere activiteiten die een bedrijf kan uitvoeren met nanomaterialen worden besproken in de achtergrondinformatie in relatie tot RI&E wetgeving.
 
Hoe kan ik te weten komen of er nanomaterialen in een product zitten?
In het Veiligheidsinformatieblad (VIB), ook wel Material Safety DataSheet (MSDS) of Safety DataSheet (SDS) genoemd, kan vermeld staan of de betreffende stof of mengsel nanomaterialen bevat. Informatie over nanomaterialen kan in diverse rubrieken het VIB worden vermeld. Vandaar dat wordt geadviseerd het hele VIB op de term “nano” te screenen. Zo kan men in rubriek 3 informatie vinden over "oppervlaktechemie" specifiek voor nanomaterialen. Daarnaast kan ook rubriek 9 (fysisch-chemische eigenschappen) informatie geven over de deeltjesgrootte. Deze kan dan worden vergeleken met de definitie van nanomaterialen. De definitie kunt u vinden onder de vraag 'Wat is nanotechnologie/materialen?'. Tot slot, kunt u onder rubriek 9 informatie vinden over de redoxpotentiaal, vermogen tot radicaalvorming en fotokatalytische eigenschappen van nanomaterialen.
 
Naast het VIB kan ook het ProductInformatieBlad (PIB), ook wel technische productbeschrijving (TDS) genoemd, informatie bevatten over de aanwezigheid van nanomaterialen. Indien de term nano in een productomschrijving voor komt, wil dat overigens niet altijd zeggen dat er in dat product ook nanomaterialen zijn verwerkt. Het kan ook zijn dat het product met behulp van nanotechnologie is vervaardigd, zonder dat er nanomaterialen in het product terecht zijn gekomen.
Waarom worden nanomaterialen in producten verwerkt?

Bij afmetingen in de nanorange krijgen chemische stoffen soms andere, nieuwe eigenschappen en bieden zij nieuwe toepassingsmogelijkheden. Zo kunnen nanomaterialen bijzondere mechanische, optische, elektrische en magnetische eigenschappen hebben, die dezelfde stoffen bij grotere afmetingen niet hebben.



Kan ik (laten) testen of er nanomaterialen in mijn product aanwezig zijn?
Ja, maar het testen van producten op aanwezigheid van nanomaterialen is niet eenvoudig en het antwoord is niet altijd eenduidig.

Wat is er bekend over de blootstelling?

De mens kan op de werkplek worden blootgesteld aan stoffen door het inslikken, via huidcontact of door inademing. In het geval van nanomaterialen wordt blootstelling door middel van inademing op dit moment als meest dominant gezien. De kans op blootstelling aan synthetische nanodeeltjes wordt verwaarloosbaar geacht wanneer het nanomateriaal uitsluitend in gesloten systemen wordt gebruikt, wanneer er artikelen worden gebruikt waarin nanodeeltjes in een vaste (uitgeharde) matrix zijn verwerkt of wanneer er sprake is van het gebruik van een product, gemaakt met behulp van nanotechnologie, en niet met behulp van nanomaterialen. Blootstelling aan nanodeeltjes is wél te verwachten tijdens de productie van nanomaterialen in een proces dat niet volledig gesloten is, tijdens het hanteren van nanopoeders, het werken met vloeistoffen waarin nanodeeltjes zijn gedispergeerd en wanneer er verspanende werkzaamheden worden verricht op artikelen waarin nanodeeltjes in een vaste (uitgeharde) matrix zijn verwerkt.
 
Indien er kans op blootstelling is, moet de mate van blootstelling worden bepaald. Hiervoor zijn zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden beschikbaar. Specifieke, persoonlijke meetgegevens zijn het meest representatief voor de mate van blootstelling aan nanomaterialen op de werkplek. Deze meetgegevens kunnen verzameld worden door zelf metingen uit te voeren, of door gebruik te maken van reeds uitgevoerde metingen. Verschillende methoden en technieken zijn hiervoor beschikbaar. Wanneer er geen specifieke meetgegevens beschikbaar zijn, kan gebruik worden gemaakt van meetgegevens afkomstig van een werkplek waar gewerkt wordt onder vergelijkbare werkomstandigheden met een nanomateriaal dat zich vergelijkbaar gedraagt. Er is echter nog veel discussie over wanneer men kan veronderstellen dat een nanomateriaal zich vergelijkbaar gedraagt. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met Nanocentre. Tot slot zijn er kwalitatieve methoden om de blootstelling aan nanomaterialen te beoordelen. Deze methoden kunnen gebruikt worden om de blootstelling tijdens werkprocessen te karakteriseren en aan te tonen of er sprake is van blootstelling aan synthetische nanomaterialen. Op die manier krijgt men inzicht in die werkprocessen die de grootste blootstelling geven en dus de hoogste prioriteit hebben voor de implementatie van beheersmaatregelen met betrekking tot nanomaterialen.


vragen

Verdiepende vragen

Hoe kan een werknemer op de werkplek blootgesteld worden aan nanomaterialen?
Er wordt onderscheid gemaakt in drie blootstellingsroutes, te weten blootstelling door middel van inslikken, via huidcontact of door inademing.
In welke situaties is blootstelling aan nanomaterialen niet te verwachten?
Blootstelling is niet te verwachten in de volgende gevallen:
- bij gebruik van een volledig gesloten systeem
- niet verspanende bewerkingen met nanomateriaal in een vaste matrix
- wanneer nanotechnologie is gebruikt maar het product geen nanomateriaal bevat. 
In welke situaties is blootstelling aan nanomaterialen wel te verwachten?
Blootstelling aan nanomaterialen is te verwachten bij de volgende activiteiten:

- Indien werkzaamheden worden verricht waarbij een nanopoeder wordt gehanteerd dan bestaat er een kans op blootstelling. Dit kan zowel tijdens de productie, bij laboratorium onderzoek (monstername en analyse), als bij formuleren met nanopoeder het geval zijn. Men moet rekening houden met blootstelling aan nanodeeltjes tijdens alle activiteiten met nanopoeders zoals het toevoegen, inmengen, transport van zakken poeder, storten, afvoer van lege zakken onderhoud/schoonmaken van apparatuur en werkomgeving en afvalverwerking.

- Indien producten met nanodeeltjes worden verspoten of in beweging worden gebracht (gieten, mengen, aanbrengen met roller of kwast), bestaat er een kans op blootstelling. Voorbeelden van activiteiten zijn, het afvullen van containers bij de fabrikant, het gieten van slurries die nanodeeltjes bevatten, het schilderen met verf voorzien van nanodeeltjes.

- Wanneer nanodeeltjes in een vaste matrix aanwezig zijn, die vervolgens verspanend worden bewerkt. Hierbij kan worden gedacht aan het schuren schaven, frezen boren, slijpen of het verpulveren van een artikel.
Hoe kan ik de mate van blootstelling bepalen?
Persoonlijke meetgegevens zijn het meest representatief voor de hoeveelheid chemische stof waaraan de werknemer is blootgesteld. Deze meetgegevens kunnen verzameld worden door zelf metingen uit te voeren, of door gebruik te maken van reeds uitgevoerde metingen. Reeds uitgevoerde metingen zijn bruikbaar wanneer een stof met vergelijkbare fysisch/chemische eigenschappen is gemeten in een gelijk proces en onder gelijke omstandigheden.

De blootstelling kan ook beoordeeld worden door gebruik te maken van analoge meetgegevens of door middel van kwantitatieve en kwalitatieve methoden.
Welke meet- en analysetechnieken zijn beschikbaar om blootstelling op de werkplek te bepalen?
De methoden en technieken die gebruikt worden voor blootstellingmetingen aan nanodeeltjes op de werkplek komen gedeeltelijk overeen met de methoden en technieken gebruikt om te bepalen of nanodeeltjes in een product aanwezig zijn, die beschreven worden onder de vraag 'Kan ik (laten) testen of er nanomaterialen in mijn product aanwezig zijn?'. Onderstaande tabel geeft een overzicht van apparatuur en methoden waarmee de concentratie deeltjes in de lucht kan worden gemeten (Bekker, 2011).

Apparaat Meeteenheid Uiterlijke kenmerken Type meting
Draagbare CPC Deeltjes aantal Klein en draagbaar Emissiemetingen aan mobiele processen
NanoID NPS 500 Deeltjes aantal Deeltjesgrootte Deeltjesgrootte verdeling Klein en draagbaar Emissiemetingen aan mobiele processen
MiniDiSC Deeltjes aantal Deeltjesgrootte Klein en draagbaar Emissiemetingen aan mobiele processen
DustTrak Deeltjes massa Klein en draagbaar Emissiemetingen aan mobiele processen
Ecochem Deeltjes oppervlak Klein en draagbaar Emissiemetingen aan mobiele processen
NSAM Deeltjes oppervlak Gemiddelde grootte en gewicht Emissiemetingen aan mobiele processen
Standaard CPC Deeltjes aantal Gemiddelde grootte en gewicht Emissiemetingen aan stationaire processen
LQ1-DC Deeltjes oppervlak Gemiddelde grootte en gewicht Emissiemetingen aan stationaire processen
SMPS Deeltjes aantal Deeltjesgrootte Deeltjesgrootte verdeling Groot, zwaar, voorzien van radioactieve bron Emissiemetingen aan stationaire processen
FMPS Deeltjes aantal Deeltjesgrootte Deeltjesgrootte verdeling Groot en zwaar Emissiemetingen aan stationaire processen
ELPI Deeltjes aantal Deeltjesgrootte Deeltjesgrootte verdeling Deeltjes massa Groot en zwaar Emissiemetingen aan stationaire processen


Onderstaande tabel geeft een overzicht van methoden waarmee identificatie van de deeltjes kan worden verricht (Bekker, 2011).

Methode Techniek Resultaat
SEM/TEM/STEM Electronen microscopie Deeltjesgrootte en morfologie
EDX Elementen analyse Chemische samenstelling
ICP-AES/ICP-MS Metaal analyse Screening op metaal

Wat is er bekend over de toxiciteit?

Voor de meeste nanomaterialen is niet duidelijk of en in welke mate blootstelling kan leiden tot ongewenste gezondheidseffecten. Door het relatief grote oppervlak van nanomaterialen zijn ze over het algemeen reactiever dan niet-nanomaterialen. Hierdoor kunnen gemakkelijker schadelijke moleculen (oxidatieve stress) en ontstekingsfactoren worden gevormd, wat tot ontstekingen en mogelijk ook andere schadelijke effecten kan leiden. Er bestaan geen lijsten met veilige of niet-veilige nanomaterialen, omdat de schadelijkheid van nanomaterialen niet alleen afhankelijk is van de chemische samenstelling en/of afmeting van het materiaal, maar ook wordt bepaald door andere eigenschappen zoals de vorm, de lading, eventuele coatings of functionele groepen. De toxiciteit van twee titaniumdioxide-nanodeeltjes met dezelfde vorm en afmeting kan bijvoorbeeld heel verschillend zijn doordat ze een verschillende coating hebben. 

Indien er van een specifiek nanomateriaal voldoende gegevens beschikbaar zijn, kan een gezondheidskundige grenswaarde worden afgeleid. Grenswaarden van niet-nanomaterialen kunnen hiervoor niet worden gebruikt, omdat de eigenschappen van materialen op nanoschaal anders zijn. Gegevens van een vergelijkbaar nanomateriaal kunnen mogelijk wel worden gebruikt, maar dan moet wel kunnen worden aangetoond dat het materiaal ook daadwerkelijk vergelijkbaar is. Er is echter nog veel discussie over wanneer men kan veronderstellen dat twee nanomaterialen vergelijkbaar zijn. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met Nanocentre.
Is er geen gezondheidskundige grenswaarde af te leiden, dan zijn er verschillende methoden beschikbaar om nanomaterialen in verschillende gevaarsklassen in te delen. 


vragen

Verdiepende vragen

Wat is er bekend over de toxicologische eigenschappen van nanomaterialen?
Net als gewone stoffen kunnen sommige nanomaterialen in bepaalde omstandigheden tot schadelijke effecten leiden. Het is niet duidelijk welke nanomaterialen en welke omstandigheden leiden tot ongewenste gezondheidseffecten. Nanomaterialen kunnen zich in het lichaam naar weefsels en organen verplaatsen waardoor ze zich anders gedragen dan gewone opgeloste stoffen of grote deeltjes. Een aannemelijk effect van nanodeeltjes is de vorming van potentieel schadelijke moleculen (oxidatieve stress) en van ontstekingsfactoren, waardoor ontstekingen en tumorvormingen in diverse organen zouden kunnen ontstaan.
Welke nanomaterialen kunnen als veilig of onveilig worden beschouwd?
Er bestaan geen lijsten met veilige of onveilige nanomaterialen. Wel zijn er verschillende methoden beschikbaar om nanomaterialen in gevaarsklassen in te delen. 
Hoe kunnen nanomaterialen worden opgeslagen?
De opslag van gevaarlijke stoffen is geregeld in Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, deel 15 (PGS 15). Hierin zijn de regels opgenomen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. Het is raadzaam om alle nanomaterialen te behandelen als een gevaarlijke stof en het voorzorgbeginsel te hanteren. U kunt hierover meer lezen onder de vraag 'Wat zijn wettelijke bepalingen rondom nanomaterialen?'.
Welke grenswaarden zijn er voor nanomaterialen?
In Nederland zijn er nog geen publieke grenswaarden voor nanomaterialen vastgesteld. Wel zijn in Nederland voorlopige nanoreferentiewaarden in gebruik. Daarnaast zijn er wel een aantal internationale publicaties waarin OELs (Occupational Exposure Levels) zijn voorgesteld. Deze kunnen onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt.

Hoe bepaal ik of er een risico is?

Door kwantitatieve blootstellingsgegevens te vergelijken met een grenswaarde of voorlopige nanoreferentiewaarde kan worden bepaald of er een risico voor blootgestelde medewerkers is. Wanneer er geen kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn, kunnen eventuele gezondheidsrisico’s ook op een kwalitatieve manier in kaart worden gebracht. Volgens de arbowet is de werkgever bij de implementatie van beheersmaatregelen verplicht rekening te houden met de arbeidshygiënische strategie. Dat geldt ook voor maatregelen die genomen worden ten behoeve van de risicoreductie tijdens het beroepsmatig omgaan met synthetische nanodeeltjes. Voor het nemen van maatregelen geldt de arbeidshygienische strategie. 


vragen

Verdiepende vragen

Hoe bepaal ik of er een risico is voor mijn medewerkers?
Wanneer er kwantitatieve blootstellingsgegevens beschikbaar zijn, worden deze bij voorkeur vergeleken met een gezondheidskundige grenswaarde voor het specifieke nanomateriaal. Wanneer er geen kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn, kunnen eventuele gezondheidsrisico’s ook op een kwalitatieve manier in kaart worden gebracht.
Hoe wordt een RI&E opgesteld?
Er is geen aparte wetgeving ontwikkeld voor het opstellen van een risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) voor nanomaterialen. Omdat nanomaterialen potentieel gevaarlijk voor de gezondheid en veiligheid van de mens zijn, dient een RI&E te worden opgesteld waarin de aard, de mate en duur van de blootstelling worden gemeten of berekend, en het risico op gezondheidheidsschade wordt geëvalueerd.
Welke maatregelen helpen bij het reduceren van de blootstelling?
Een aantal maatregelen die u zou kunnen implementeren ten behoeve van de reductie van werker blootstelling aan synthetische nanodeeltjes op de werkplek staan weergegeven in onderstaande tabel (Cornelissen, 2010). Ze zijn gecategoriseerd aan de hand van de arbeidshygiënische strategie.
 
Bronmaatregelen
  • Gebruik nanomaterialen in een gesloten systeem
  • Gebruik de deeltjes waar mogelijk in een matrix (bijv. dispersie, suspensie, pasta, palletvorm of ingekapseld)
Technische maatregelen
  • Werk indien mogelijk in een zuurkast of glove-box
  • Het creëren van onderdruk in de installatie voorkomt dat er materialen uit de installatie lekken. Daarmee reduceert dit de blootstelling van medewerkers aan nanomaterialen aanzienlijk in normale bedrijfssituaties
  • Gebruik bij handelingen met nanomateriaal een doelmatige bronafzuiging
  • Voorzie de ventilatiesystemen van HEPA-filters om de nanodeeltjes af te vangen
  • Maak gebruik van mechanische ventilatie eventueel in combinatie met natuurlijke ventilatie.
  • Voer buiten activiteiten met nanodeeltjes benedenwinds uit
Organisatorische maatregelen
  • Zorg voor periodiek onderhoud van de gebruikte apparatuur en de ventilatiesystemen
  • Zorg voor reparatie van lekkages en slechte afdichtingen van het gesloten of ventilatiesysteem
  • Beperk het aantal handelingen dat met het nanomateriaal uitgevoerd moet worden (afwegen,overgieten, mengen etc.)
  • Beperk de tijdsduur dat werknemers met het nanomateriaal werken
  • Zorg waar mogelijk voor roulatie van de werknemers die met nanomateriaal werken
  • Maak ruimtes waar met nanomateriaal gewerkt wordt regelmatig schoon. Doe dit uitsluitend door middel van natte reiniging (schrobmachine) of met een industriële stofzuiger die uitgerust is met een speciaal HEPA-filter
  • Zorg voor een aanspreekpunt binnen het bedrijf op het gebied van mogelijke risico’s van nanomaterialen
  • Geef werknemers voorlichting en instructie over het veilig werken met nanomaterialen en het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
Persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruik een P100, FFP3, N95 of FFP2 filter als ademhalingsbescherming. Een fittest van het masker op de werknemer is belangrijk om de effectiviteit van het masker op de persoon te testen. Goede opbergmogelijkheden voor de adembescherming zijn  belangrijk om contaminatie van het masker te voorkomen. Onderhoud van de adembescherming is ook belangrijk (vervanging filters, schoonmaken maskers). Voorlichting en instructie ook tav adembescherming is essentieel. 
  • Gebruik nitril of vinyl wegwerphandschoenen
  • Gebruik een veiligheidsbril
  • Gebruik voor werkkleding een niet geweven materiaal, bijvoorbeeld Tyvek